Uit de praktijk: De vis wordt duur betaald….

10/02/2020

Als rayonbestuurder begeleid je leden die ondersteuning nodig hebben om iets tot een goed einde te brengen. Daarbij kom je uiteenlopende en soms bizarre zaken tegen. Verhalen in deze rubriek zijn waargebeurd. Ter bescherming van leden zijn sommige details weggelaten en de namen die gebruikt worden verzonnen.

 

Image by congerdesign from Pixabay

 

Robert werkte al jaren voor dezelfde werkgever. Hij was opgeklommen van chauffeur naar coördinator van een werf waar allerlei materiaal van zijn werkgever werd opgeslagen. Er stonden voornamelijk machines, bouwmaterialen en borden en hekken voor wegafzettingen op de werf. Maar helemaal achterin stonden ook wat kleine containers. Die waren voornamelijk bedoeld om de werf netjes te houden en afval meteen te scheiden. In één van die containers werd oud ijzer gegooid. Dat kwam nogal eens vanaf kleinere werken mee, maar ook het buurbedrijf kon hier oud ijzer kwijt. En zodra de container vol was, zorgde Robert ervoor dat hij omgeruild werd voor een lege. Dat gebeurde zo’n één keer per drie maanden.

 

Al sinds jaar en dag werd van de opbrengst van het oud ijzer, een paar tientjes per container, vis gekocht in het dorp. Hier werd dan op vrijdagmiddag van gesmuld met alle medewerkers die op de werf kwamen. De oude baas die voor Robert de werf beheerde deed dit al en Robert had die goede gewoonte overgenomen. Het was gewoon een gezellig moment als collega’s onder elkaar wat door iedereen heel erg werd gewaardeerd. Door iedereen, behalve de nieuwe directeur.

De directeur was een paar maanden geleden begonnen bij het bedrijf en had alle regelingen die het bedrijf had ingevoerd doorgenomen. Daarbij stuitte hij ook op een regeling die jaren geleden was ingevoerd: de integriteitsregeling. Alle medewerkers hadden die regeling tijdens de invoering gekregen, maar zoals met zoveel regelingen gebeurde, was deze langzamerhand naar de achtergrond verdwenen. Helaas voor Robert stond er in die regeling ook dat het niet meer werd toegestaan om potjes met geld bij verschillende afdelingen te hebben dus werd hij op kantoor geroepen. Daar hoorde hij dat de nieuwe directeur een bedrijfsrechercheur had ingehuurd en deze had wat onderzoek gedaan. Zo waren ze erachter gekomen dat er op de werf een potje met geld bestond. Ook al was het niet voor eigen gewin: het was verboden en Robert kreeg ontslag op staande voet.

 

In paniek belde Robert naar HZC. Hij werkte al heel lang voor het bedrijf, deed altijd zijn best en was zich van geen kwaad bewust. Omdat er bij ontslag op staande voet snel gehandeld moet worden, ging de rayonbestuurder diezelfde avond nog op huisbezoek bij Robert. Daar, zittend aan zijn eigen keukentafel, zat een gebroken man. Hij vertelde in zijn eigen woorden het hele verhaal van wat er gebeurd was. Hij had nooit de intentie in het leven iets of iemand kwaad te doen en uitgerekend hij werd op staande voet ontslagen, omdat er sprake was van verduistering.

 

De dag erop besloot de rayonbestuurder contact op te nemen met de werkgever, in dit geval de personeelsfunctionaris. Die kende Robert al zolang hij bij het bedrijf werkte en was geschokt door hetgeen dat er gebeurd was. Na samen het gebeurde te hebben geanalyseerd en over en weer de meningen te hebben gedeeld kwamen de rayonbestuurder en personeelsfunctionaris tot dezelfde conclusie: ontslag op staande voet was wel heel zwaar gestraft. De werkgever stond wel in zijn recht: Robert had kunnen weten dat het niet mocht, want ook hij had de integriteitsregeling gekregen. Hij had beter na moeten denken in plaats van klakkeloos de gezellige gewoonte van de oude werfbaas over te nemen. Hij had beter moeten en kunnen weten. Aan de andere kant was er sprake van een lang dienstverband met heel goede beoordelingen en er was geen sprake van eigen gewin. De conclusie was dat er een beeindigingsovereenkomst zou worden opgesteld, waardoor Robert in ieder geval recht op WW zou hebben. Met het uitbetalen van zijn verlofuren en vakantietoeslag zou hij dan nog wat achter de hand hebben om zijn uitkering aan te vullen. Robert vond het nog steeds een zware straf, maar zag wel in dat dit de beste, zo niet de enige, oplossing was. Hij tekende de overeenkomst en vroeg WW aan. Met de rayonbestuurder heeft hij nog een gesprek gehad wat vooral gericht was om het gebeurde achter zich te laten en naar de toekomst te kijken.

 

Het viel hem zwaar, maar het lukte Robert om het los te laten. Hij begon met solliciteren en na twee weken kreeg de rayonbestuurder een vrolijk telefoontje: Robert had een nieuwe baan gevonden, goed betaald en dicht bij huis. Dank zij de beeindigingsovereenkomst had hij geen negatief dossier, sterker nog: hij kon een getuigschrift overleggen en de nieuwe werkgever zag het helemaal met hem zitten. En al zou er best nog wel een tijdje iets blijven knagen, de toekomst zag er weer zonnig uit. En daar ging Robert voor!