Geschreven op: 17 april 2026
Drie jaar na dodelijk treinongeluk weinig gedaan met vernietigend OVV-rapport
Drie jaar na het treinongeluk bij Voorschoten is werken aan het spoor nog vrijwel net zo onveilig als destijds. Treinen passeren werkplekken nog altijd met snelheden tot 130 kilometer per uur, medewerkers draaien geregeld dubbele diensten en de belofte om vaker overdag te werken is nauwelijks waargemaakt.
De impact van het ongeluk staat velen nog scherp voor ogen. In de nacht van 4 april 2023 botste bij Voorschoten een graafmachine op het spoor frontaal op een goederen- en passagierstrein. Een kraanmachinist kwam om het leven, terwijl 28 passagiers en drie NS-medewerkers gewond raakten.
Ruim een jaar later concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) dat het ongeval voorkomen had kunnen worden als er tijdens de werkzaamheden geen treinen over de naastgelegen sporen hadden gereden. De oversteekplaats voldeed niet aan de normen van ProRail en werkers konden niet zien of sporen buiten gebruik waren, bijvoorbeeld via signalering.
De OVV adviseerde onder meer minder nachtwerk en strengere regels voor zzp’ers, omdat sommigen dubbele diensten draaiden. Ook zou de overheid ProRail meer moeten beoordelen op veiligheid in plaats van punctualiteit. Daarnaast werd gepleit voor een incidentendatabase.
Weinig veranderd na harde lessen
Drie jaar later komt de Arbeidsinspectie na inspecties op dertien bouwlocaties tot een pijnlijke conclusie: er is weinig veranderd. Slechts één van de twaalf onderzochte bedrijven beschikte over een risico-inventarisatie voor nachtwerk, zo blijkt uit de verkenning Nachtarbeid op het spoor.
“De veiligheid van werknemers krijgt nog onvoldoende prioriteit. De focus ligt vooral op reizigers en goederenvervoer,” zegt Daniëlle Rebel van de Arbeidsinspectie. “Dat is deels een politieke keuze.”
Daarnaast gaan veiligheidsinstructies vaak verloren in het lawaai van machines, wat extra risico’s oplevert voor buitenlandse werknemers die de taal niet spreken.
Ook het hoge aandeel zzp’ers baart zorgen: 46 procent van de spoorwerkers werkt als zelfstandige. Drie op de tien geven toe weleens dubbele diensten te draaien. Volgens de Arbeidsinspectie ligt dit percentage waarschijnlijk hoger.
Pleidooi voor lagere snelheid
Vakbond Het Zwarte Corps (HZC) ziet wel enige vooruitgang, zoals betere visuele afbakening van werkplekken en verbeterde communicatie met ProRail.
Toch blijven grote risico’s bestaan. “Treinen rijden nog steeds met 130 kilometer per uur langs werkplekken. Dat is onacceptabel,” zegt directeur Chris van Veldhuizen. De vakbond pleit daarom voor een snelheidsverlaging naar 50 kilometer per uur. “Op de snelweg moeten automobilisten bij werkzaamheden ook vaart minderen.”
Daarnaast wil HZC dat zzp’ers onder de Arbeidstijdenwet vallen, zoals eerder door de Tweede Kamer is voorgesteld. Het belangrijkste punt blijft volgens de vakbond: veiligheid moet voorop staan. “Geef in de prestatieafspraken met ProRail ruimte om vaker overdag te werken.”
‘Complexe puzzel’ volgens ProRail
ProRail erkent de zorgen, maar wijst op de complexiteit van het vraagstuk. “Veiligheid en gezondheid hebben onze hoogste prioriteit. We doen wat mogelijk is binnen de huidige omstandigheden.”
Volgens de spoorbeheerder is een ‘systeemsprong’ nodig, waarbij verschillende belangen worden afgewogen. Het verlagen van de treinsnelheid ziet ProRail niet als oplossing. “De impact van een botsing neemt af, maar de kans op een aanrijding verandert nauwelijks door de langere remweg.”
Ook stelt ProRail dat het plaatsen van hekken niet overal mogelijk is en dat werknemers in principe geen sporen oversteken. Aan een incidentendatabase wordt gewerkt: “Daarin zetten we inmiddels belangrijke stappen.”
Overheid wijst op beperkingen
Railalert benadrukt dat werken aan het spoor tegenwoordig veiliger is dan begin deze eeuw. “Toen vielen er jaarlijks gemiddeld twee doden, nu gebeurt dat niet meer,” aldus voorzitter Ira Helsloot. Tegelijkertijd blijven nachtwerk en taalbarrières belangrijke risico’s, en zijn fysieke afscheidingen essentieel.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat spreekt eveneens van een complexe puzzel. Minder treinverkeer heeft directe gevolgen voor reizigers en goederenvervoer, en veel onderhoud ligt vast in langlopende contracten. Wel wordt gewerkt aan meer mogelijkheden voor dagwerk. Dat prestatieafspraken dit zouden belemmeren, wordt ontkend.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoekt of zzp’ers onder de Arbeidstijdenwet kunnen vallen, maar waarschuwt dat extra regels niet mogen leiden tot uitstroom van vakmensen. “De opgave om het spoor veilig en toekomstbestendig te maken mag niet in gevaar komen.”
Ondanks de vele overleggen en initiatieven blijft de praktijk weerbarstig, concludeert Van Veldhuizen. “De wil om te veranderen is er. Maar de vraag blijft: hoe?”