Dubbele diensten in spoorwerk moeilijk tegen te gaan

De Nederlandse Arbeidsinspectie trok onlangs aan de bel over het aantal zzp’ers dat dubbele diensten draait op het spoor. Gevaarlijk, zeggen zij. Klopt, maar ook begrijpelijk en moeilijk te veranderen, zegt de sector.

Uit een verkenning van de arbeidsinspectie blijkt dat bijna de helft van de mensen die ‘s nachts aan het spoor werkt zzp’er is (46 procent). Dat zijn voornamelijk monteurs, werkplekbeveiligers, kraanmachinisten en lassers. 28% daarvan zou regelmatig dubbele diensten draaien. Dubbele diensten op het spoor zijn niet mogelijk door de aanwezigheidsregistratie via het Digitale Veiligheidspaspoort van de railsector. Maar momenteel kun je niet controleren of iemand die ’s nachts op het spoor werkt overdag al in een andere sector heeft gewerkt. Dat kan door oververmoeidheid uiteraard tot gevaarlijke situaties leiden. Een herhaling van het ongeval bij Voorschoten, bijna drie jaar geleden, ligt volgens veiligheidsautoriteiten op de loer.

Nachtje meepakken

Frank de Vries Lentsch van Peter van der Meer B.V. Spoorkraanverhuur herkent het door de inspectie geschetste beeld. “Er zijn zeker mensen die overdag werken en daarna zoals ze dat noemen een ‘nachtje meepakken’. Niemand doet dat graag, het is uit nood geboren.” Volgens hem is het onderhoudsrooster van ProRail één van de boosdoeners. Door de onregelmatigheid daarvan is vooruitplannen lastig. ProRail is daarin dan weer afhankelijk van goederenvervoer, dat voorrang krijgt. “De continuïteit ontbreekt volledig”, volgens De Vries Lentsch. “Met alleen nachtwerk in het spoorwerk kun je niet je brood verdienen als zzp’er. Overdag zijn ze timmerman, ’s nachts doen ze een spoorklusje.” Hij voegt daaraan toe dat de ‘hardcore’ spoormensen die alleen in deze sector werkzaam zijn dat niet doen. Uitzondering zijn de zeldzame gevallen dat het werk uitloopt.

Serieuze vakmensen

Ook bij vakvereniging HZC herkennen ze het beeld van de inspectie en De Vries Lentsch. Directeur Chris van Veldhuizen wijst er daarbij op dat het probleem breder is dan alleen het draaien van dubbele diensten. Het spoorwerk bestaat uit lange ketens van verschillende aannemers, onderaannemers en gespecialiseerde partijen. Dat maakt communicatie omslachtig en lastig. Zzp’ers vormen één van die schakels: soms rechtstreeks ingehuurd, soms via intermediairs. Uit gesprekken die HZC voerde met machinisten en andere werknemers in loondienst blijkt dat zij steeds vaker samenwerken met zzp’ers. Van Veldhuizen benadrukt dat daar veel kundige en serieuze vakmensen tussen zitten die geen onnodige risico’s nemen, maar dat er in de praktijk toch situaties zijn die vragen oproepen. De Vries Lentsch: “Het is gevaarlijk als er iemand in je ploeg niet helemaal fit is. Dat kun je wel eens opvangen maar als dat vaker gebeurt, en bij meerdere mensen tegelijk, heb je een probleem.”

Bouwplaats-ID

Een terugkerend punt is dat de Arbeidstijdenwet niet geldt voor zelfstandigen. “Dat vinden veel mensen op de werkvloer vreemd en dat vind ik zelf ook”, zegt Van Veldhuizen. Hij kaartte dit naar eigen zeggen al meermaals aan bij ambtenaren en zelfs bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Maar: wetgeving aanpassen is ingewikkeld en een langdurig traject. Het onderwerp zou onvoldoende politieke prioriteit hebben. Het ontbreken van een wettelijke norm maakt handhaving momenteel schier onmogelijk. Er liggen ideeën op tafel voor digitale registratie, vergelijkbaar met een bouwplaats-ID, maar de uitvoering daarvan is complex, sectoroverstijgend en in de praktijk dus moeilijk dicht te regelen. En zolang er geen duidelijke regels zijn, kan er pas worden opgetreden als iets al mis is gegaan. “We kunnen nu achteraf straffen als er een ongeluk is gebeurd maar we hebben geen basis om vooraf te handhaven. Het voelt soms alsof er eerst een slachtoffer moet vallen voordat je iets kunt doen.”

Verder vooruit plannen

Van Veldhuizen onderschrijft daarnaast de analyse van De Vries Lentsch over de rol van ProRail en de planning van werkzaamheden. Dat kwam nadrukkelijk aan bod tijdens het recente Dagnacht Congres waar onder andere ProRail, aannemers en vakorganisaties samenkwamen om te spreken over werk aan het spoor. Het ging onder andere over de vraag waarom het werk al jaren op dezelfde manier wordt georganiseerd en wat er nodig is om dat te veranderen en verbeteren. Structurele en verder vooruit geplande onderhoudsschema’s kunnen volgens betrokkenen rust brengen. Meer regelmaat in onderhoud maakt dat er jaren vooruit kan worden gepland. Dat geeft ruimte voor langere contracten en minder lastminute inzet van personeel van zzp’ers.

ProRail liet aan de collega’s van Cobouw al weten de signalen in het rapport van de inspectie te herkennen, maar wijst voor verandering ook naar de gehele branche. “We willen een volgende stap zetten om de balans tussen dag- en nachtwerk voor spoorwerkers te verbeteren. En daarvoor is meer nodig: een verandering in het systeem van rijden en onderhouden van het spoorsysteem.”

Wettelijke verankering

Juist dat laatste is namelijk een belangrijke oorzaak van het probleem. Zzp’ers worden vaak ingevlogen om gaten te vullen. De druk om ‘even bij te springen’ is groot, zeker als men een goede relatie heeft met een opdrachtgever of bang is bij een afwijzing een volgende keer niet meer gebeld te worden. Volgens Van Veldhuizen is een wettelijke verankering van arbeidstijden voor zzp’ers voorlopig dus toch echt de beste optie. Niet omdat het elk risico wegneemt, maar vanwege de afschrikwekkende werking. “Als je duidelijk communiceert: let op, als je hier overheen gaat ben je strafbaar, dan zet dat mensen aan het denken. Het zal niet alle problemen oplossen, kijk maar naar een vuurwerkverbod, maar het kan voorlopig helpen.” De bond blijft daarover in gesprek met de overheid.

Bron: BouwMachines

Ontdek de voordelen van ons lidmaatschap

Profiteer van onder meer
Zekerheid dat je contract goed geregeld is
Juridische hulp zonder gedoe
Ondersteuning tijdens je loopbaan
Advies over werk, stage en pensioen
Snel antwoord op je vragen