Het kabinet trekt 18 miljard Euro uit voor onderhoud en vernieuwingen

Dat klinkt natuurlijk mooi maar de helft van dat bedrag stond al gepland voor de aanleg van nieuwe wegen en spoorlijnen. Omdat dit kabinet kiest voor het herstellen van de basis, zijn tientallen nieuwbouwprojecten gepauzeerd of geschrapt. Die projecten gaan dus op de lange baan. Daarom plaatst Vakvereniging HZC drie grote kanttekeningen bij deze door Kabinet Jetten en minister Karremans heel positief gebrachte boodschap.

Kanttekening één: verschuiving van nieuwbouw naar onderhoud

“We staan voor de grootste vernieuwingsopgave ooit, het is tijd voor een nieuwe wederopbouw van onze infrastructuur”, zegt minister Karremans van Infrastructuur.

In deze enorme focus op de wederopbouw ligt het grootste verschil in beleid van dit kabinet.

Historisch gezien is er in de voorgaande kabinetten Rutte jaarlijks zo’n 8 tot 10 miljard euro begroot voor werk aan de Nederlandse infrastructuur (weg, water én spoor). Van dit miljardenbudget ging traditioneel zo’n 60% naar aanleg/nieuwbouw en 40% naar beheer en onderhoud. Het huidige beleid van het onlangs gepresenteerde pakket van 18 miljard euro tot 2040, draait die verhouding definitief om: de prioriteit ligt nu bijna volledig bij het herstellen en vernieuwen van wat er al ligt.

In de eerste twee kabinetten Rutte (2012-2017 en 2027-2021) werd scherp gestuurd op kosten. Er werden grote – vooral nieuwbouw – projecten afgerond zoals de verbreding van de A1, A6, A9 en (ook doortrekken van) A15. Of de Hanzelijn en de Noord-Zuidlijn Amsterdam. Er werd relatief weinig geld gereserveerd voor langetermijnonderhoud van kunstwerken (bruggen, sluizen en viaducten) die in de jaren ’50 tot ’70 zijn gebouwd.

Overigens werd door kabinet Rutte IV (2022-2024) in 2023 al besloten om miljarden euro’s die bedoeld waren voor de aanleg van nieuwe wegen te “pauzeren” en dat geld te reserveren voor het op peil houden van de bestaande wegen en spoorwegen. Dit als gevolg van belemmerende factoren als de stikstofproblematiek, enorme prijsstijgingen van materialen en de netcongestie.

Kanttekening twee: geen 18 miljard maar ca. 1,3 miljard per jaar extra

Het gaat om 18 miljard euro in totaal voor de hele periode tot 2040. Als je dat uitsmeert over de totale looptijd van deze 14 (!) jaar betekent dit een extra injectie van een kleine 1,3 miljard euro per jaar gemiddeld voor het onderhoud van de Nederlandse infrastructuur, bovenop een totale begroting van het Mobiliteitsfonds (het vroegere Infrastructuurfonds) van rond de 10 à 11 miljard per jaar. Al moet gezegd worden dat 1,3 miljard per jaar extra op deze 10 miljard ook zeker niet weinig is. Maar wel ten opzichte van de ca. 80 miljard die volgens de Algemene Rekenkamer nodig zou zijn om de kwaliteit van onze infrastructuur goed en verantwoord op peil te houden.

Kanttekening drie: uitstel is duurkoop!

Om grootschalig en kostbaar onderhoud, renovatie of volledige vervanging uit te stellen, passen wegbeheerders zoals Rijkswaterstaat en gemeenten verschillende tijdelijke “pleisters” en noodmaatregelen toe. Hiermee rekken ze de levensduur van een brug of viaduct met een aantal jaren op om acute veiligheidsrisico’s te vermijden.

Onder zwakke viaducten (zoals recent bij viaducten met tand-nokconstructies op knooppunt Velperbroek) worden tijdelijke stalen of betonnen stempels en steunpilaren geplaatst. Als er haarscheurtjes in het beton zitten, kunnen stroken van supersterk koolstofvezel op het beton worden gelijmd (zoals de Giessenbruggen bij Rotterdam). Dit fungeert als een soort externe (tijdelijke) extra wapening om de krachten op te vangen.

Verder worden bij diverse zwakke bruggen en viaducten gewichtsbeperkingen (zoals de Papendrechtse brug bij N3), rijstrookversmallingen (brug Illikhoven) of snelheidsverlagingen (Merwedebrug en meerdere viaducten bij de spoorlijn HSL-Zuid ) doorgevoerd om de verzwakte constructies te ontlasten.

Hoewel deze maatregelen effectief zijn om acute sluiting te voorkomen, waarschuwen instanties zoals het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat dit puur uitstel van executie is. Noodmaatregelen kosten veel geld en verlengen de levensduur vaak maar met enkele jaren, waarna de kosten voor definitieve vervanging vaak nog hoger uitvallen.

KORTOM: Vakvereniging HZC is uiterst kritisch op het voorgenomen kabinetsbeleid en pleit voor een integraal Deltaplan Infrastructuur.

Bron: Klik hier of klik hier voor de originele artikelen.

Ontdek de voordelen van ons lidmaatschap

Profiteer van onder meer
Zekerheid dat je contract goed geregeld is
Juridische hulp zonder gedoe
Ondersteuning tijdens je loopbaan
Advies over werk, stage en pensioen
Snel antwoord op je vragen