Klein gebaar, groot gevoel: een verhaal uit de praktijk

Jeroen is wegenbouwer. Al vijftien jaar. Hij weet hoe asfalt ruikt als het net uit de machine komt en hoe het kraakt onder een te zware wals. Wat hij niet meer wist, was waarom hij dit werk ooit had gekozen. Jeroen werkte wanneer anderen sliepen. Als wegenbouwer draaide hij vooral nachtdiensten en weekenden, de momenten waarop wegen leeg genoeg waren om eraan te kunnen werken. Terwijl de meeste mensen hun vrijdagavond begonnen, trok Jeroen zijn werkschoenen aan.

In het begin vond hij dat nog wel wat hebben. De stilte van de nacht, het gevoel dat je iets belangrijks deed terwijl de wereld even pauze had. Maar na jaren begon het te knagen. Zijn sociale leven verschoof langzaam naar de achtergrond. Verjaardagen miste hij, etentjes zei hij af, en zelfs simpele dingen als samen een film kijken op zaterdagavond werden zeldzaam. “Je leeft in een andere wereld,” zei zijn zus eens. Zo voelde het ook. Alsof hij naast het gewone leven stond, er net niet helemaal deel van uitmaakte.

Op het werk zelf was het niet veel beter. De nachten waren lang, het werk zwaar en de gesprekken oppervlakkig. Iedereen was moe. Iedereen wilde vooral dat de dienst voorbij was. Jeroen deed wat hij moest doen—niet meer, niet minder. Hij keek vaak op de klok, telde de uren af tot het ochtend werd.

Goed gesprek

Op een koude zaterdagnacht stonden ze langs een drukke snelweg die dat weekend volledig was afgesloten. Grote machines bromden, lampen wierpen een fel wit licht over het zwarte asfalt en in de verte zag je de rode achterlichten van auto’s die werden omgeleid. Jeroen stond bij de wals en keek naar het verse asfalt dat net was gelegd. Het lag er perfect bij maar Jeroen voelde zich verre van perfect. Hij wilde eigenlijk ander werk, werk waar hij gelukkig van werd. Maar hij had geen idee van de mogelijkheden.

Een paar weken later ging Jeroen naar een open dag van één van de collega-aannemers en liep daar een rayonbestuurder van HZC tegen het lijf. Wat begon met een groet werd al snel een geanimeerd gesprek. Tot Jeroen besloot zijn hart uit te storten. Voor hij het wist had hij een half uur met de rayonbestuurder staan praten over zijn werk. Waar hij het mooie van zijn werk niet meer zag maakte de rayonbestuurder de opmerking ‘jullie maken het voor mensen weer veilig om op pad te gaan. Als er geen wegen liggen, kunnen mensen nergens naar toe. Dat is niet niks’.

Grote impact

Het gesprek met de rayonbestuurder had Jeroen aan het denken gezet. De eerstvolgende werknacht, tijdens een korte pauze, liep Jeroen een stukje van de werkplek af. Even weg van het lawaai. Hij ging op de vangrail zitten en keek naar de lege snelweg die zich als een donkere rivier voor hem uitstrekte. Het was vreemd stil. Geen verkeer, geen haast. Alleen het zachte gezoem van machines in de verte en de koude lucht die langs zijn gezicht streek.

En toen gebeurde er iets kleins. Een voertuig van de weginspectie minderde vaart toen hij langs het verse asfalt reed. Heel even leek het alsof hij het werk bekeek. Daarna stak hij zijn hand op, een kort gebaar van waardering, en reed door. Jeroen keek hem na. Het was maar een seconde. Een klein gebaar. Maar het raakte iets.

Hij keek terug naar de weg. Naar het stuk dat zij die nacht hadden vernieuwd. Over een paar uur zou deze weg weer open gaan. Dan zouden er duizenden auto’s overheen rijden. Mensen op weg naar hun werk, naar familie, naar weekendjes weg. Ze zouden waarschijnlijk niet eens nadenken over het asfalt onder hun banden. Maar het zou er wel liggen. Strak, veilig, betrouwbaar. En hij had daaraan meegewerkt.

Werkgeluk

De nachten daarna begon hij anders te kijken. Waar hij eerst alleen de vermoeidheid zag, zag hij nu ook de rust van de nacht. Waar hij eerst alleen de offers voelde, zag hij nu ook de verantwoordelijkheid. Hij werkte wanneer het nodig was, zodat anderen overdag konden rijden zonder hinder. Langzaam veranderde zijn houding. Hij klaagde minder over de tijden en begon juist kleine momenten te waarderen. De stilte om drie uur ’s nachts. De eerste vogels die begonnen te fluiten vlak voor zonsopgang. Het moment waarop de lampen uitgingen en het werk erop zat.

Die middag, thuis op de bank, voelde hij de vermoeidheid zoals altijd. Maar er zat iets anders onder. Geen leegte, maar voldoening. Hij had niet ineens een ander leven. Hij werkte nog steeds ’s nachts, nog steeds in weekenden. Hij miste nog steeds dingen. Maar hij had iets gevonden wat hij kwijt was: het besef dat zijn werk ertoe deed.

Werkgeluk, ontdekte hij, zat niet in perfecte werktijden of een volle agenda buiten het werk. Het zat in betekenis. In begrijpen waarom je doet wat je doet, zelfs als dat betekent dat je de wereld ziet wanneer die op zijn stilst is.

De volgende keer dat hij op vrijdagavond zijn werkschoenen aantrok, voelde het anders. Niet als iets wat hem werd opgelegd, maar als een rol die hij vervulde. Terwijl anderen hun weekend begonnen, begon hij aan zijn werk. En voor het eerst voelde dat niet als een gemis.

Als rayonbestuurder begeleid je leden die ondersteuning nodig hebben om iets tot een goed einde te brengen. Daarbij kom je de meest uiteenlopende en soms bizarre zaken tegen. Verhalen in deze rubriek zijn waargebeurd. Ter bescherming van leden zijn sommige details weggelaten en de namen die gebruikt worden verzonnen.

Over dit artikel

Dit artikel is ook verschenen in HZC Vakblad 3-2026

Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met de Servicedesk. Dit kan via 030-6006070 of per mail aan servicedesk@hzc.nl . Lees meer over de nieuwe HZC dienstverlening voor loopbaanbegeleiding via HZC Connect voor werknemers.

Ontdek de voordelen van ons lidmaatschap

Profiteer van onder meer
Zekerheid dat je contract goed geregeld is
Juridische hulp zonder gedoe
Ondersteuning tijdens je loopbaan
Advies over werk, stage en pensioen
Snel antwoord op je vragen