Nederland op de rand van een infracrisis

De Mobiliteitsalliantie luidt de noodklok over de staat van de Nederlandse infrastructuur. Samen met gemeenten, provincies, vervoerregio’s, het bedrijfsleven, logistieke organisaties en de bouw- en infrasector waarschuwt de alliantie het kabinet: zonder structurele extra investeringen dreigt Nederland vast te lopen.

Wie dagelijks op de weg zit, ziet het probleem al langer. Bruggen en viaducten verouderen, wegen vragen steeds meer onderhoud en noodzakelijke werkzaamheden worden uitgesteld omdat er onvoldoende geld beschikbaar is. Volgens de Mobiliteitsalliantie staat Nederland inmiddels aan de rand van een infrastructuurcrisis.

De boodschap aan het kabinet is duidelijk: er moet structureel meer geld beschikbaar komen voor infrastructuur. Niet alleen voor nieuwe wegen en spoorlijnen, maar vooral ook voor beheer, onderhoud, renovatie en vervanging van bestaande infrastructuur.

Dat dit geen nieuw probleem is, bleek al uit het artikel ‘Een brug te ver’ in HZC Vakblad nummer 2 van dit jaar. Daarin waarschuwde Chris van Veldhuizen al dat er dringend extra budget nodig is om onze nationale infrastructuur op peil te houden. De ontwikkelingen van de afgelopen maanden onderstrepen die boodschap nog eens.

 

Tientallen miljarden tekort

De omvang van de opgave is enorm. Volgens cijfers van het kabinet en de Algemene Rekenkamer loopt het tekort voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijkswaterstaat-netwerken tot en met 2038 op tot ongeveer 34,5 miljard euro.

Voor het spoor wordt een tekort van ongeveer 20 miljard euro voorzien. Daarnaast is voor ontwikkelprojecten, waaronder eerder uitgestelde projecten, nog eens zo’n 30 miljard euro nodig.

Het gaat daarmee allang niet meer alleen over de vraag of Nederland een nieuwe weg, tunnel of brug moet aanleggen. De basis van onze bestaande infrastructuur staat onder druk.

 

Achterstallig onderhoud wordt steeds zichtbaarder

De problemen zijn inmiddels op verschillende plaatsen merkbaar. De recente situatie rond de Merwedebrug is daarvan een duidelijk voorbeeld. Maar het gaat niet om één brug.

Volgens de Mobiliteitsalliantie en de organisaties die de oproep ondersteunen, hebben inmiddels ongeveer tachtig bruggen, sluizen en andere infrastructurele kunstwerken te maken met gewichts- of doorvaartbeperkingen. Bij meer dan honderd andere objecten is sprake van verhoogd toezicht vanwege mogelijke veiligheidsrisico’s.

Dat heeft gevolgen voor iedereen. Voor weggebruikers betekent het omrijden, vertraging en files. Voor transportbedrijven betekent het langere routes en hogere kosten. En voor bedrijven in de bouw en infra betekent het dat werkzaamheden steeds ingewikkelder worden en dat de druk op de beschikbare infrastructuur verder toeneemt.

Ook ProRail heeft aangegeven te moeten terugvallen op een minimumscenario voor onderhoud. En dat terwijl provincies en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor ongeveer 80 procent van de Nederlandse infrastructuur. Ook daar lopen de onderhouds- en vervangingsopgaven snel op.

 

Niet wachten tot het misgaat

Volgens de Mobiliteitsalliantie is uitstel uiteindelijk duurder dan investeren. Achterstallig onderhoud leidt niet alleen tot hogere herstelkosten. Ook economische schade, vertragingen en risico’s voor de veiligheid nemen toe wanneer infrastructuur uitvalt.

Voor HZC is dat een belangrijk punt. Goede infrastructuur is niet alleen belangrijk voor de economie, maar ook voor de mensen die dagelijks op, langs en aan die infrastructuur werken. Machinisten, chauffeurs, grondwerkers en andere vakmensen in de sector merken rechtstreeks wat er gebeurt wanneer onderhoud wordt uitgesteld of projecten niet doorgaan.

Bovendien staat Nederland voor een grote opgave. Er moeten woningen worden gebouwd, de energietransitie moet worden gerealiseerd en tegelijkertijd moeten bereikbaarheid en veiligheid op peil blijven. Dat vraagt om goed onderhouden én toekomstbestendige infrastructuur.

 

De koek moet groter

De Mobiliteitsalliantie wordt in haar oproep gesteund door onder meer het IPO, de VNG, de vervoerregio’s, Bouwend Nederland, NLingenieurs, Cumela, Techniek Nederland en VNO-NCW/MKB-Nederland.

De organisaties vinden dat het probleem niet kan worden opgelost door binnen bestaande budgetten simpelweg andere keuzes te maken. De opgave is te groot geworden voor het beschikbare budget. De koek moet groter.

De Mobiliteitsalliantie vraagt het kabinet daarom om structureel meer geld vrij te maken voor beheer, onderhoud, vervanging, renovatie en uitbreiding. Daarnaast moet er een langjarig nationaal investerings- en financieringsplan komen. Ook moet de begrotingssystematiek worden aangepast, zodat investeringen in infrastructuur beter worden gestimuleerd.

Verder wordt gevraagd om vast te houden aan eerder gemaakte MIRT-afspraken* en ruimte te maken voor nieuwe aanleg- en uitbreidingsprojecten.

 

HZC: investeren in infrastructuur is investeren in de toekomst

De waarschuwing van de Mobiliteitsalliantie komt op een moment waarop steeds duidelijker wordt dat Nederland niet onbeperkt kan teren op infrastructuur die tientallen jaren geleden is aangelegd. Onderhoud uitstellen betekent niet dat de rekening verdwijnt. De rekening wordt alleen maar hoger.

Het artikel ‘Een brug te ver’ in HZC Vakblad 2 van 2026 stelde daarom al een belangrijke vraag: hoeveel langer kunnen we het onderhoud van onze infrastructuur nog voor ons uitschuiven?

De ontwikkelingen laten zien dat die vraag actueler is dan ooit. Wie Nederland bereikbaar, veilig en economisch sterk wil houden, zal bereid moeten zijn om daar structureel in te investeren. Niet pas wanneer een brug niet meer veilig gebruikt kan worden, maar voordat het zover komt.

 

*MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport van de Rijksoverheid.

Ontdek de voordelen van ons lidmaatschap

Profiteer van onder meer
Zekerheid dat je contract goed geregeld is
Juridische hulp zonder gedoe
Ondersteuning tijdens je loopbaan
Advies over werk, stage en pensioen
Snel antwoord op je vragen