Uit de praktijk: Michel en het werk op de vuilniswagen

Michel werkt al een tijd als chauffeur op een vuilniswagen. Hij kent zijn werk goed. Elke ochtend stapt hij vroeg in de wagen, samen met zijn collega’s. Daarna begint de route. Van straat naar straat rijden ze om afval op te halen. Het lijkt voor mensen die het van een afstand bekijken misschien simpel werk. De vuilniswagen rijdt, stopt, rijdt weer verder en de chauffeur zit achter het stuur. Maar zo eenvoudig is het niet.

Michel heeft pittige rugklachten gekregen. Sinds een auto-ongeluk ruim 15 jaar geleden is zijn rug zijn zwakke plek, maar over het algemeen gaat het goed. Maar de laatste maanden is de pijn soms zo erg dat hij moeite heeft met bewegen, zitten en opstaan. Een gewone dag thuis kan al zwaar zijn. Laat staan een werkdag op een vuilniswagen, waar hij voortdurend met zijn lichaam te maken heeft met bewegingen, trillingen en onverwachte schokken. Daarom kan Michel op dit moment niet werken. Hij vindt dat moeilijk. Niet alleen omdat hij pijn heeft, maar ook omdat hij graag werkt. Michel is iemand die gewend is om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Hij wil zijn werk doen, zijn collega’s helpen en aan het einde van de dag met een goed gevoel naar huis gaan. En dat lukt nu even niet dus heeft hij zich twee maanden geleden ziek gemeld.

Je zit toch heel de dag?

Vlak na zijn ziekmelding heeft Michel een gesprek met zijn werkgever gehad. Hij dacht dat ze samen gingen kijken naar zijn situatie, maar het gesprek ging compleet anders. Werkgever viel bij aanvang van het gesprek meteen met de deur in huis: “Je kunt toch gewoon werken? Je zit de hele dag.” Michel wist niet wat hij moest zeggen, liet alles over zich heen komen en was compleet verbouwereerd naar huis gegaan. De dag na het gesprek heeft hij contact gezocht met de rayonbestuurder van HZC. Hij had de hulp al eerder nodig gehad en dat was prima gegaan. Hij had er een fijn contact aan over gehouden en daarom belde hij nu meteen. Na een prettig telefoongesprek maakten ze de afspraak even te wachten op het volgende contactmoment met de werkgever en van daaruit verder zouden kijken. Daar hoefde Michel niet lang op te wachten, want twee weken na het eerste gesprek werd hij weer op kantoor verwacht. Alleen ging deze keer de rayonbestuurder mee.

Het gesprek begon precies hetzelfde als de vorige keer. Allen viel Michel deze keer niet stil. Hij probeerde duidelijkheid te scheppen, dat had hij zo voorbereid met de rayonbestuurder.

“Het is niet zo dat ik de hele dag rustig op een stoel zit,” zei Michel. “De vuilniswagen is geen gewone auto. Tijdens het rijden krijg ik voortdurend trillingen en bewegingen door mijn lichaam. De weg is niet overal glad. Drempels, kuilen, bochten en onverwachte bewegingen van de wagen zorgen ervoor dat mijn rug steeds wordt belast. En dan is er het stoppen en optrekken. Steeds opnieuw. Daarnaast moet ik goed opletten. Ik moet door smalle straten, langs geparkeerde auto’s en tussen andere weggebruikers. Ik moet rekening houden met fietsers, voetgangers en verkeer, ik moet voortdurend alert zijn.” Werkgever was verbaasd over de stortvloed van woorden die over hem heen kwam. Hij probeerde iets te zeggen, maar Michel was nog niet klaar en ging verder met zijn betoog. “Het werk houdt niet op bij het besturen van de wagen. Ik moet regelmatig in en uit de cabine stappen. Dat gebeurt niet één keer per dag, maar steeds opnieuw tijdens de route.”

Hij snapt het niet

Michel probeerde zijn werkgever duidelijk te maken dat juist het langdurig zitten in combinatie met de trillingen en bewegingen voor hem een probleem zijn. Thuis merkt hij dat ook. Lang in dezelfde houding zitten kan zijn klachten erger maken. Even opstaan gaat niet zomaar. Zijn rug protesteert bij bewegingen die vroeger vanzelfsprekend waren. Maar werkgever begreep het nog steeds niet.

“Maar je kunt toch zitten?” vroeg de werkgever opnieuw. Michel haalde diep adem en zei: “Ja, ik kan zitten. Maar dat betekent niet dat ik acht uur lang kan zitten, zeker niet in een bewegende vuilniswagen.” De rayonbestuurder besloot in te grijpen om iets te verduidelijken en legde de werkelijkheid uit. “Jullie hebben een verschil van inzicht. De werkgever ziet de stoel. Michel voelt zijn rug. De werkgever ziet een chauffeur achter een stuur. Michel voelt iedere hobbel, iedere trilling en iedere beweging. De werkgever ziet misschien een rustige cabine. Michel weet dat zijn werk verantwoordelijkheid, oplettendheid en lichamelijke belasting met zich meebrengt.”

Er viel een stilte en zowel de werkgever als Michel keken de rayonbestuurder aan. Dus ging die verder. “Michel wil helemaal niet zeggen dat hij nooit meer kan werken. Hij wil vooral dat zijn situatie serieus wordt genomen. Dat er wordt gekeken naar wat hij op dit moment wel en niet kan. Michel wil werken, maar hij wil ook voorkomen dat hij zijn rugklachten erger maakt door te vroeg weer te beginnen. Als hij nu over zijn grenzen heen gaat, kan het probleem misschien alleen maar groter worden. Daar heeft niemand iets aan: Michel niet, zijn collega’s niet en werkgever niet.”

Strak plan

Weer viel er een stilte en werkgever vroeg wat er nu dan moest gebeuren. Hiermee was het hoofddoel voor Michel al bereikt: er werk naar hem geluisterd en rekening met hem gehouden. Uiteindelijk spraken ze af dat Michel samen met de Arboarts een plan zou opstellen om weer aan de slag te gaan. Beginnend met een paar uur per week maar met als doel een volledige terugkeer in zijn eigen werk. Opgelucht stond Michel na het gesprek buiten en schudde de hand van de rayonbestuurder. De rayonbestuurder was blij dat het gesprek zo gelopen was en van toegevoegde waarde was geweest. Maar de meeste blijdschap was aan de andere kant van de deur. Werkgever was blij dat Michel een strak plan ging maken om terug te komen. Daar was iedereen mee geholpen.

Als rayonbestuurder begeleid je leden die ondersteuning nodig hebben om iets tot een goed einde te brengen. Daarbij kom je de meest uiteenlopende en soms bizarre zaken tegen. Verhalen in deze rubriek zijn waargebeurd. Ter bescherming van leden zijn sommige details weggelaten en de namen die gebruikt worden verzonnen.

Je werkgever bepaalt niet of je kunt werken

Bij ziekte beoordeelt de arboarts wat je nog kunt doen; je werkgever mag die medische beoordeling niet zelf maken. Je hoeft je werkgever niet te vertellen wat je precies mankeert. Samen maken jullie afspraken over een passende terugkeer, bijvoorbeeld met aangepaste werkzaamheden of minder uren. Je bent verplicht actief mee te werken aan je re-integratie, binnen wat je aankunt. Lukt het afgesproken werk niet? Bespreek dit dan met je arboarts. Meer weten wat hierin voor jou van toepassing is? Klik hier naar de informatieve pagina.

Ontdek de voordelen van ons lidmaatschap

Profiteer van onder meer
Zekerheid dat je contract goed geregeld is
Juridische hulp zonder gedoe
Ondersteuning tijdens je loopbaan
Advies over werk, stage en pensioen
Snel antwoord op je vragen